Tagarchief: buurtgenoten

Pierre Kemp en het huis op nr. 17. Een film van Kees Hin

Ter gelegenheid van het verschijnen van het Verzameld werk van Pierre Kemp, op 28 november 1976, zond de NOS in de televisierubriek Beeldspraak een film uit van regisseur Kees Hin: Pierre Kemp en het huis op nr. 17. De dichter, die negen jaar eerder was overleden, komt daarin tot leven middels herinneringen van de familie Leunissen, die twee huizen van Kemp vandaan in de Turennestraat woonde. Vader Jef Leunissen,  zijn vrouw,  dochter Carla en zoon Paul. Ook Pierre Kemps zoon Hub komt aan het woord, met Toine, zijn oudere broer als toehoorder.

De dichter K. Schippers (Gerard Stigter) doet de interviews, maar vooral: hij leest met hoorbare affiniteit en met een aanstekelijke vorm van genoegen voor uit Kemps gedichten. Er zijn een paar ‘onbekende’ foto’s van de dichter te zien en ook de originele Engelse verfdoos, die Kemp tot het schrijven van een complete gedichtenbundel inspireerde, komt in beeld.

Er werd in 1976 her en der wat gemonkeld over de volgens sommigen wat al te grote nadruk op Pierre Kemps dichterlijke fascinatie voor vrouwen in deze film. In Pierre Kemp en het huis op nr. 17 vormt die weliswaar een belangrijk gegeven, vooral in de gesprekken met mevrouw Leunissen-Stultiëns en haar dochter, maar ook de muziek waar Kemp zo van hield (door Jef Leunissen toegelicht aan de hand van werk van Maurice Ravel) komt ter sprake.

Wel moet ik de in de film gedane suggestie tegenspreken dat de bewoners van Turennestraat 17 de enige waren met wie Pierre Kemp in zijn buurt contact onderhield. Ook met zijn directe buren, de weduwe Tuinstra-Kengen en haar dochter Tonia, op nummer 19, had de dichter een goede relatie, zoals onder meer bleek uit zijn gedicht bij de dood van mevrouw Tuinstra in 1952. (Zie daarvoor mijn Pierre Kemp. Een leven. Nijmegen, Vantilt, 2010, 471-473 en de voorlaatste bladzijde van het kleurenkatern tussen 336 en 337.)

Mevrouw Leunissen-Stultiëns stond model voor ‘Mevrouw N.N.’ uit een gedicht dat in 1947 door Kemp werd opgenomen in zijn bundel Phototropen en noctophilen. ‘
Mevrouw N.N. te zijn’ wordt in de film aan haar voorgelezen; zij geeft er vervolgens commentaar op.

Mevrouw N.N. te zijn

Ik voel mijn gezicht nu als dat van Mevrouw N.N.
en zie nu alles door haar Maja-kop.
Mijn ogen zijn nu zwart, mijn lippen wen
’k aan vlies van rouge, dat slaapt als mond er op.

Als ’k denk, dat ik met zulk een mond in mijn gezicht
haar man en kindren tegenkussen zou,
dan weet ik toch, hoe ik allicht
niet zo zou zoenen als een moeder en een vrouw.

Maar nu moet ik toch glimlachen met haar lach,
mijn wangen en mijn schoonheidskuiltjes zijn van haar
en dat duurt me nu weer de héle dag.
Mevrouw N.N. te zijn is lokkend en toch raar.

Met dank aan Kees Hin en Gerard Stigter die vriendelijk toestemming gaven de film Pierre Kemp en het huis op nr. 17 via onze website te vertonen.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather

Verfdoos uit de schatkamer van Sint Nicolaas

Misschien wel Pierre Kemps mooiste en vindingrijkste gedichtenbundel is Engelse verfdoos, die in 1956 ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag het licht zag bij Bert Bakker / Daamen n.v. in Den Haag.

Voor de inhoud en de opbouw van zijn bundel baseerde Kemp zich op de kleuren van de waterverfdoos van Engels fabricaat die als artikel 111 werd aangeboden in Vroom & Dreesmanns De schatkamer van Sint Nicolaas. Geïnspireerd door al die kleuren en hun dikwijls schitterende namen schreef hij tussen medio november en einde december 1955 zestig gedichten, van ‘Cerise’ tot ‘Rose madder’.

IMG_6433

Engelse verfdoos die Pierre Kemp het systeem en de inspiratie leverde voor zijn gelijknamige gedichtenbundel. Exemplaar uit het bezit van Folkert Tijdens, die er als kind mee speelde.
Engelse verfdoos die Pierre Kemp het systeem en de inspiratie leverde voor zijn gelijknamige gedichtenbundel.
Exemplaar uit het bezit van Folkert Tijdens, die er als kind mee speelde.

Kemp kwam als gevolg van diverse kwalen nog maar zelden buiten de deur en vrijwel nooit meer in het centrum van Maastricht. Zijn huisgenoten hield hij het liefst op enige afstand van zijn werk. Zijn dichterschap was hun vreemd. Bovendien hadden zijn drie zonen overdag hun eigen bezigheden.  Hoe kwam hij aan een exemplaar van die Engelse verfdoos?
Ondanks zijn op het eerste gezicht misschien wat mensenschuwe gedrag onderhield Pierre Kemp goede tot vriendschappelijke relaties met enkele straatgenoten. Onder hen de familie Paulissen, Turennestraat 5. De heer Paulissen werkte als expeditiechef bij Vroom en Dreesmann en was graag bereid de dichter een exemplaar van de begeerde verfdoos thuis te bezorgen.

In een volgend bericht meer over Kemps contacten met vader én zoon Paulissen.  En met andere buurtbewoners.
Hier nu eerst een gedicht uit Engelse verfdoos, nummer XVII:

Indian Yellow

De kleine tovenaar Penseel
drinkt aan het napje Indisch Geel
en tript naar het groen gekarteld buiten
om duo’s met de wind te fluiten.
Ik vraag mij af, waarheen hij wil
en of dit is zijn nieuwste gril,
maar laat hem gaan.
Hij blijft bij de boterbloemen staan,
niet merkend, hoe ik hem bespied
en luister naar zijn fluitelied,
tot hij zegt tegen die bloemen: ‘Kijk!
Wij zijn nu even geel en even rijk!’

 

De achtergrondkleur van het door Dick Elffers vormgegeven omslag is groen. De kleur waarover Kemp in het gedicht 'Emerald green' schrijft: 'Groen is zo goed voor mijn zieke ogen, / gepijnig door de kleuren van de zonneschijn.'
De achtergrondkleur van het door Dick Elffers vormgegeven omslag is groen. De kleur waarover Kemp in het gedicht ‘Emerald green’ schrijft: ‘Groen is zo goed voor mijn zieke ogen, / gepijnig door de kleuren van de zonneschijn.’

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather