Pierre Kemp op koningsdag 2022

Door een gelukkige samenloop van omstandigheden waren de bestuursleden van de Pierre Kemp Stichting aanwezig bij het koningsdagconcert 2022. Tijdens dit concert werden o.a. gedichten van Pierre Kemp en van Wiel Kusters ten gehore gebracht op muziek gecomponeerd door Leonard Evers.

Na twee jaren coronapandemie kon koningsdag dit jaar eindelijk weer op traditionele wijze plaatsvinden. Deze keer kwam op 27 april het vorstelijk paar naar Maastricht. Voorafgaand aan koningsdag zelf vond eveneens het koningsdagconcert plaats, een traditie die onder koningin Beatrix is ingezet, en die door Willem Alexander wordt voortgezet. Sinds 2014 vindt dit concert plaats in den lande, en wel in de plaats waar de majesteiten koningsdag vieren.

Centraal tijdens het koningsdagconcert staan klanken uit de regio, in dit geval Zuid-Limburg. Verschillende musici van Limburgse bodem of met Limburgse roots, waaronder de jonge componist en dirigent Leonard Evers, de briljante pianobroeders Jussen, celliste Eline Hensels, violiste Liza Ferschtman, en leden van Philharmonie Zuidnederland, maakten er een bijzondere en zeer muzikale gelegenheid van.

Door Wiel Kusters op het idee gebracht om ook de Maastrichtse dichter Pierre Kemp een plaats te geven in het koningsdagconcert, componeerde Leonard Evers muziek op een aantal gedichten van Pierre Kemp, en wel de volgende: ‘Nachtstilte’ (VW 1, p. 49), ‘Eieren’ (VW 1, p. 11), ‘Het licht is rond’ (VW 1, p. 74) en in een tweede serie ‘Avondrood’ (VW 1, p. 36) en ‘Uitbundigheid’ (VW 1, p. 27). Dit leidde tot een heel bijzondere ervaring en deed de muzikaliteit van Kemps poëzie des te duidelijker naar voren komen. Vooral de verklanking van ‘Uitbundigheid’ leidde tot een extatisch slot van het concert, met de verschillende solisten in een knap samenspel en op het carillon de stadsbeiaardier Frank Steijns.

Na afloop van het concert was er, onder het genot van een drankje, gelegenheid om met onder andere Leonard Evers na te praten over dit prachtige concert, en (voor wie durfde) te socializen met het vorstelijk paar, gouverneur Emile Roemer, burgemeester Annemarie Penn of André Rieu. Al met al was deze avond een bijzondere ervaring, ook voor de bestuursleden van de Pierre Kemp Stichting, en nog veel belangrijker: het werk van Pierre Kemp is landelijk goed onder de aandacht gekomen.

Het koningsdagconcert vond plaats op 11 april in Theater aan het Vrijthof te Maastricht en werd uitgezonden op NPO2 op koningsdag zelf, 27 april om 20:30. Deze uitzending is terug te kijken via de NPO. Mocht u het gemist hebben, dan kunnen wij dat vanuit het bestuur van harte aanbevelen.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmailby feather

Als een vogel uit een lamp gevlogen

Arjan Peters, de voormalige literatuurcriticus van de Volkskrant, heeft in 2021 een gedichtenbundel gepubliceerd, Belvedère, waarin hij – in de afdeling getiteld ‘Eindelijk voltooid’ – onvoltooide verzen van geliefde dichters naar eigen inzicht uitbreidt en afrondt. Een niet van zelfverzekerdheid ontbloot project (Wat denkt die Peters wel? zal Peters niet gauw denken), maar niettemin dieper gravend dan wat Gerrit Komrij op zijn flauwst presteerde toen hij in Onherstelbaar verbeterd (1981) bekende Nederlandse gedichten, van onder anderen Nijhoff, Achterberg en Kloos, parodieerde.

Onder de poëten in wier onvoltooide gedichten Peters zich inschreef, treffen we ook Pierre Kemp aan, de dichter over wie hij in zijn krantenstukken meer dan eens met sympathie en bewondering licht heeft laten schijnen.

Het oorspronkelijke, zeer korte gedicht van Kemp, dat niet meer dan drie regels omvat en door Peters werd ‘voltooid’, luidt:

Als een vogel uit een lamp gevlogen
op den tak van mijn pen,
als een vogel, die ik nog van vroeger ken.

Is dit een onvoltooid gebleven versje van PK? Dat is nog maar de vraag. Het ziet er inderdaad wel uit alsof het uit niet meer dan een onvoltooide vergelijking bestaat (wat ís dat, dat ‘als een vogel’ is? dat wordt niet uitgesproken), maar zoiets is bij Kemp niet vreemd. Je kunt hier denken aan ‘Geheimenis’, één regel langer, maar met een vergelijkbare structuur.

Geheimenis

Als een blad dat het niet zeggen kan
en toch iets weet
van daar hoog in de lucht
en dan bang is, dat het dat vergeet.

Dat wat is als ‘een blad dat het niet zeggen kan’ blijft onbenoemd. En… is daarmee een ‘geheimenis’.

Peters heeft Kemps ‘Als een vogel uit een lamp gevlogen’ overgenomen uit het bundeltje Kleine avond. Gedichten uit de nalatenschap, dat ik in 2007 samenstelde voor de Atalanta Pers in Baarn. Hij maakt er dit van, waarbij de vetgezette regels dus uit zijn eigen koker komen.

Lichtje

Slaperig wuiven de seringen

met paarse handjes naar de regenbogen

die het avondblauw bezingen.

Verkleind is het licht naar binnen verhuisd.

Als een vogel uit een lamp gevlogen

op den tak van mijn pen,

als een vogel, die ik nog van vroeger ken.

Niet slecht, deze nu expliciet gemaakte vergelijking, waarin het ‘verkleinde licht’, het avondlijke licht, naar binnen is verhuisd, de kamer van de dichter in.

Het is, eerlijk is eerlijk, zelfs een mooie regel, dat Verkleind is het licht naar binnen verhuisd.

Arjan Peters: Belvedère. Uitgeverij Oevers. Zaandam, 2021.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmailby feather

Pierre Kemp wacht op de lente

door Jet van Aalst, voorzitter VLAM

Het beeldje van Pierre Kemp in het Pierre Kemppark staat er opgeschoond en fris bij.

Het gedicht De la musique avant toute chose is weer te lezen, onder de naam Pierre Kemp en zijn jaartallen staat nu DICHTER en de handtekening van de beeldhouwer Rob Stultiens is in de rand gegraveerd. Het meest opvallend is dat het beeldje 180° is gedraaid.

Een lange historie is hieraan voorafgegaan.

Op 21 april 2013 schreef de VLAM (Vereniging Literaire Activiteiten Maastricht) een brief naar de gemeente Maastricht, waarin de gemeente werd geattendeerd op de slechte staat van de poëzie in de openbare ruimte, in het bijzonder het beeldje van Pierre Kemp. Enkele maanden later werd de VLAM ontvangen door wethouder Costongs. Het leverde niets op.

Bezoeken in 2015 aan wethouder Mieke Damsma en in 2018 aan wethouder Jim Janssen volgden. Het enige resultaat was dat het beeldje met de hogedrukspuit werd schoongespoten waarmee helaas ook de verf uit de letters werd gespoten zodat het gedicht niet meer te lezen was.

In 2019 werd op initiatief van de Pierre Kemp Stichting een brede commissie opgericht met het ambitieuze plan van het Pierre Kemppark een poëziepark te maken. In de commissie zat de Universiteitsbibliotheek, de Universiteit Maastricht, de Bewonersvereniging Jekerkwartier en de VLAM. We hadden mooie ideeën: verplaatsen van het beeldje naar een meer centrale plek in het park met bankjes en bloemen eromheen, want Pierre Kemp hield erg van bloemen. Verder een QR-code met vertalingen van het gedicht, een fluisterpaal met akoestische mogelijkheden. Revitalisering van het gedicht van Hans van de Waarsenburg, gedichten in het halfopen huisje en projectie van poëzie op de vijver.

Maar de gemeente berichtte dat zij geen noodzaak zag in het verplaatsen van het beeld van Pierre Kemp en dat er geen budget was voor die andere mooie ideeën. De commissie hield op te bestaan.

In 2020 ondernam de VLAM een nieuwe poging, de Pierre Kemp Stichting en de Bewonersvereniging Jekerkwartier sloten aan. Nu concentreerden we ons alleen op het beeldje van Pierre Kemp en daar de gemeente Maastricht op zwart zaad zat, besloten we de kosten te delen. Daarmee ging de gemeente akkoord en wij vroegen eind 2021 een offerte aan bij de firma Schutz in Eijsden.

Het beeldje van Pierre Kemp staat op dezelfde plek aan de Sint Pieterskade, wat verscholen tussen het groen, maar het is 180° gedraaid, zodat Pierre Kemp op mooie dagen naar al die mooie meisjes kan kijken die zich in het gras neervlijen.

Nu nog wachten op de lente…

februari 2022

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmailby feather

‘Die Kemp…’ Een epigram van T. van Deel

’t Is gek, ik heb mijn hele leven
 nauwelijks om Pierre Kemp gegeven
 maar nu ik oud ben en der dagen zat
 vind ik die Kemp ineens heel wat.


T. van Deel

In 2018 verscheen in Terhorst (Zuid-Limburg) in een oplage van veertig exemplaren, met de hand gezet door Ser J.L.Prop en gedrukt op diens vermaarde private press een bundeling van dertien kleine gedichten van T. van Deel (1945-2019) onder de titel Kortom.
Het werd diens laatste bij leven verschenen bundeltje.

Tot de gedichten die Ser Prop in 2018 van Tom van Deel ontving en waaruit Kortom werd samengesteld, behoorde ook het titelloze epigram over de met het klimmen der jaren toenemende waardering voor de dichter Pierre Kemp. Het werd niet in Kortom opgenomen, naar ik aanneem omdat het qua toon en intentie minder goed aansloot bij de andere gedichten.

Hoe dit zij, het is voor iedere Kempliefhebber aardig te kunnen lezen hoe de fijnzinnige dichter (en criticus) T. van Deel zich tot de Maastrichtse winnaar van de P.C. Hooftprijs (1958) was gaan verhouden.

Met Van Deels melancholische reflectie is natuurlijk niet gezegd, dat Pierre Kemp bij uitstek een dichter voor oude mensen is.
We weten uit door Kemp gevoerde correspondentie, dat hij in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw behalve door oudere fijnproevers ook zeer gewaardeerd werd door jonge lezers, van wie hij geregeld fanmail ontving.
En de liefhebber van Kemps poëzie die bekend is met het verschijnsel van de puer senex weet dat het ‘grijze kind’ door geen andere Nederlandse dichter zo aanstekelijk gerepresenteerd wordt als door Pierre Kemp, de ‘Man in het zwart, heer van het groen’, zoals Paul Rodenko hem noemde.

Met dank aan Ser J.L. Prop en Marjoleine de Vos.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmailby feather

Onze Lieve Vrouw van het Koren en andere madonna’s bij Pierre Kemp, de schilder

Een geluksvogel, die H.W. uit M.

Hij mailde mij met een bericht en een vraag. Op Marktplaats had hij een schilderijtje van Pierre Kemp gevonden, Onze Lieve Vrouw van het Koren, aangeboden door iemand uit Dordrecht. Als verzamelaar van Limburgse kunst uit het interbellum, met werken van Bellefroid, Jonas, Kromjong en Schoonbrood in zijn collectie, had hij onmiddellijk toegehapt, en nu was hij dus de gelukkige eigenaar. Kon ik hem iets vertellen over dit merkwaardige werkje?

Pierre Kemp: Onze Lieve Vrouw van het Koren. Olieverf op karton, 35 x 28 cm. (particuliere collectie).

Zelf had W. al uitgevonden dat Onze Lieve Vrouw van het Koren in 1928 in Maastricht geëxposeerd moet zijn geweest. Hij sloot een foto bij van de lijst van tentoongestelde werken, waarop het figureert als nummer 75.

1928 moet zijn: 1929.

Maar die expositielijst is verkeerd gedateerd: de tentoonstelling vond plaats eind 1929, zoals geboekstaafd in mijn biografie van de dichter-schilder (Pierre Kemp. Een leven, 318).
Het schilderijtje in kwestie dateert van maart 1929.

In het tijdschrift De Nedermaas verscheen in juni 1930 een kleine afbeelding van het werk als illustratie bij een artikel over Pierre Kemp in de reeks ‘Limburgsche portretten’.

Het volledige artikel in De Nedermaas , jrg. 7 nr. 11, juni 1930 is HIER te lezen.

In mijn Kempdocumentatie vind ik als aanvullend gegeven dat Onze Lieve Vrouw van het Koren in september 1930 door de maker voor f 25,50 verkocht werd aan zekere Frans Jongen. (Zie Kemps productiestaatje over 1929, gereproduceerd op bladzijde 332 van Pierre Kemp. Een leven, waar men de naam van de koper door Kemp genoteerd vindt.) Mogelijk was deze Frans Jongen familie van H.L. Jongen, een van Kemps collega’s op het loonbureau van de steenkolenmijn Laura & Vereeniging in Eygelshoven.

Wat de voorstelling van het onlangs op Marktplaats opgedoken schilderijtje Onze Lieve Vrouw van het Koren betreft, verduidelijkt de titel al het een en ander. In een korenveld, weergegeven in wilde verfstreken – waarvan de suggestie uitgaat dat de maaiers al aan het werk zijn geweest, maar de oogst nog op het veld ligt – en onder een blauw-groene sterrenhemel verschijnt in een mandorla de Maagd Maria met haar goddelijk Kind.

Met betrekking tot de ‘driehoekige’ gestalte van de in een mantel gehulde Mariaverschijning, hier en op enkele andere werken van Kemp, die hieronder nog ter sprake komen, mogen we er wel van uitgaan dat die herleid kan worden tot het beroemde genadebeeld van Onze Lieve Vrouw ‘Sterre der Zee’ in de basiliek van Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming in Maastricht.

Het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming, het belangrijkste Mariafeest van de Katholieke Kerk valt op 15 augustus, midden in de oogstmaand. Zo bezien opent Kemps schilderij een perspectief op verheffing van het leven na de dood (met de gemaaide aren als een klassiek symbool voor de dood – die in de katholieke opvatting leven baart, in dit geval door het brood, ook het eucharistische). Hoezeer Pierre Kemp in zulk een beeldencomplex kon denken, blijkt onder andere uit dit eerdere stukje op deze site: ‘De Heer van het Meel’.

Interessant is de samenhang die men kan zien tussen ‘Onze Lieve Vrouw van het Koren’ en enkele andere schilderijen van de dichter.

Om te beginnen is daar, uit de augustusmaand 1929, Notre Dame de la Cosmogonie, ook wel aangeduid als: Onze Lieve Vrouw met planeten.

Pierre Kemp: Notre Dame de la Cosmogenie. Illustratie bij mijn artikel ‘De mijn en Sint Franciscus. Interpretatief commentaar bij drie schilderijen van Pierre Kemp’. In: Peter Fransman , Nicolette Gast, Stijn Huijts (red.), De estafette. Kijken naar honderd jaar beeldende kunst in Limburg. Sittard, Stichting Kunsthistorisch Onderzoek en Presentatie Limburg, 2000.

Een kosmogonie is een verklarend model, mythisch of wetenschappelijk, voor het ontstaan en de vorming van het universum. Hoe Kemps schilderij aan zo’n (religieuze) verklaring te koppelen valt, is nog niet zo gemakkelijk vast te stellen. Misschien is er ook een verband mogelijk met de Maria van de Apocalyps in een soort omgekeerde kosmogonie, tegelijk de schepping van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hoe het zij, het veldgewas (koren?) waarin Maria met haar Kind verschijnt (ook hier rechtsboven in het vlak), heeft de mariakleur, zeg ook maar de hemelse kleur, blauw aangenomen, die sterk contrasteert met het aardse rood, de kleur van het bloed.

En dan is daar het wonderlijke Folklore, eveneens ontstaan in augustus 1929 en van 23 november tot en met 8 december van dat jaar geëxposeerd in het Stedelijk Museum Maastricht, naast Onze Lieve Vrouw van het Koren. Op dit schilderij zien we een warme aardse Madonna met Kind, met alleen nog in haar aureool, in de puntjes van haar uit een soort stengels opgebouwde kroon, een weinig zeer ijl blauw. Het gezicht is niet of nauwelijks uitgewerkt. Op dit schilderij herinnert de bijna driehoekige vorm van de heilige Vrouw de kijker die ik ben heel even aan een korenmijt.

Boven: Pierre Kemp, Dividend; onder: Folklore. Illustraties bij mijn artikel ‘De mijn en Sint Franciscus. Interpretatief commentaar bij drie schilderijen van Pierre Kemp’. In: Peter Fransman , Nicolette Gast, Stijn Huijts (red.), De estafette. Kijken naar honderd jaar beeldende kunst in Limburg. Sittard, Stichting Kunsthistorisch Onderzoek en Presentatie Limburg, 2000.

Het folkloristisch uitgedoste mannetje rechts, met disproportionele hoofd en hoed-met-bloem is van een heel andere orde dan de Madonna met Kind. Als ik het goed zie, wordt de ondanks alle veraardsing toch nog religieuze connotatie van het ‘vegetale’ linkergedeelte van het werk hier nog verder gereduceerd tot ‘folklore’, met behoud weliswaar van mariablauw en op het blauwe vaandel een embleem dat de Mariaverschijning representeert.

Tot slot, en inderdaad als een soort symbolische slotsom van de hiervoor besproken werken uit 1929, kunnen we kijken naar Dividend van vier jaar later, een Kemptafereel dat van 19 november tot en met 4 december 1933, samen met drie ander werken van de dichter-schilder getoond werd op een tentoonstelling van de Limburgsche Kunstkring in het al enkele keren genoemde Stedelijk Museum Maastricht (in het zogenoemde Generaalshuis aan het Vrijthof).

Op dit onheilspellende werk, waarvan de titel Dividend op wrange wijze toegepast lijkt op de fabrieksrook en -smook waarin wij allen delen, en die bijna alle vitale kleurrijkheid aan de wereld onttrekt, zien we een madonna-achtig ‘driehoekig’ figuurtje met opnieuw een gepunte kroon in een soort blauwgrijze mandorla, die zich net zo goed laat begrijpen als een vorm van bescherming tegen rook en koude gloed. De wereld, natuur en bovennatuur, lijken voorgoed onttoverd door de industrie.

Pierre Kemp: Dividend. (Bron: zie het onderschrift bij de vorige afbeelding.)

De werken Onze Lieve Vrouw van de Cosmogonie, Folklore en Dividend maken deel uit van de collectie van het Bonnefantenmuseum, Maastricht.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmailby feather

intijds geplukt

Waar precies weten we niet, maar ergens in Maastricht heeft Pierre Kemp in 1957 de observatie gedaan die hem inspireerde tot het gedicht ‘Waar vroeger’, met de drastische openingsregels:

Waar vroeger grootvader grootmoeder nam,
staat nu een tankwagen van de P.A.M.!

PAM was de naam van een oliemaatschappij, onderdeel van de Steenkolen Handelsvereening. Op internet zijn reclamemodellen te zien van zulke tankwagens uit de jaren vijftig.

Kemps gedicht vervolgt met deze nu onmiddellijk te begrijpen overdenking:

Grootvader is nooit zo blauwzwart geweest
en grootmoeder nooit zo rood.
Zij droegen geen drie witte letters langs hun leest
of tegen hun schoot.
Het leven is hun toch gelukt,
zij hebben elkaar intijds geplukt.

Door een toeval (maar wat heet toeval als je graag los en vast leest?) stuitte ik onlangs op een ‘Liederbuch für altmodische Leute’ met de titel: Als der Grossvater die Grossmutter nahm, een voor het eerst in 1886 verschenen verzameling Duitse poëzie uit de jaren 1840-1870, sinds 1986 verkrijgbaar als Insel Taschenbuch.

Pierre Kemp, de lustige lezer, moet het gekend hebben.

De bloemlezing ontleent haar titel aan ‘Das Grossvaterlied’ uit 1813 van August Friedrich Ernst Langbein, waarvan elk van de zeven strofen met deze regel begint:

Als der Grossvater die Grossmutter nahm

Langbeins gedicht zingt de lof van de goede oude tijd, toen bijvoorbeeld nog ‘sittig verschleierte Scham’ heerste:

Man trug sich fein ehrbar und fand es nicht schön,
In griechischer Nacktheit auf Strassen zu gehen.

De vrouw haalde haar neus niet op voor huishoudelijk werk, ze las geen romans en hield meer van haar kind dan van een schoothondje.

Van Langbeins cultuurklacht ligt quintessens in de laatste regels, waar de dichter zegt dat in grootvaders en grootmoeders tijd vaderlandslievende burgers niet naar vroeger hoefden te verlangen en toornig te wensen: ‘O gäbe den Deutschen ein holdes Geschick / Die glücklichen Grossvaterzeiten zurück!’

In lijn met de in het gedicht opgeroepen ‘Biederkeit’ moet dat ‘genomen’ worden van Grossmutter door Grossvater hier overigens primair worden gelezen als: ‘tot vrouw genomen’. Dus: Toen grootvader met grootmoeder trouwde.

De ‘ondeugende’ Kemp vatte het duidelijker plastischer op.

De lezer die zich afvraagt in welke Maastrichtse straat PK die tankwagen zag staan pompen, kan ik geen zekerheid bieden. ’s Dichters grootouders van vaderskant hebben aan de Kommel en in de Bogaardenstraat gewoond; Bompa en Bomma van moederszijde in de Eikelstraat, aan de Houtmaas en in de Plankstraat. (Zie mijn in 2010 verschenen biografie: Pierre Kemp. Een leven.)

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmailby feather