Categorie archief: Algemeen

Feest voor Pierre Kemp, vijftig jaar na zijn dood

omslag Het regent in de trompetten

Morgen, vrijdag 21 juli 2017, is het vijftig jaar geleden dat PIERRE KEMP in Maastricht overleed.
 
Kemps Verzameld Werk (in 1976 uitgegeven door G.A. van Oorschot) is al geruime tijd niet meer verkrijgbaar.
Op 21 september aanstaande verschijnt bij Uitgeverij Vantilt een ruime bloemlezing uit zijn poëzie:
 
De mooiste gedichten van Pierre Kemp
gekozen door Wiel Kusters en Ingrid Wijk
 
De uitgever schrijft:
 
Een kleurrijker dichter dan Pierre Kemp (1886-1967) heeft Nederland niet gekend. Een miniaturist die iedere dag schreef en toch veel weg had van een zondagsdichter. Vanuit zijn Maastrichtse ‘dichterkluisje’ manoeuvreerde hij zijn vele kleurige, korte gedichten de boven-Moerdijkse dichtkunst binnen, waar ze met verwondering en sympathie werden onthaald.
Lezers schreven hem dat zijn gedichten hen gelukkig maakten. En dat vermogen hebben ze. Alledaagse belevenissen van zeer uiteenlopende aard worden door de sterk zintuiglijk ingestelde en met een groot talent voor verwondering gezegende dichter tegen het licht gehouden. Er is ernst en humor in zijn spel van vragen stellen en betekenis suggereren, maar ook een beminnelijke melancholie die zelden zwaar wordt.
 
Wiel Kusters en Ingrid Wijk maakten een bloemlezing uit Kemps werk, dat geruime tijd niet meer leverbaar is geweest. Zij kozen voor een thematische ordening van de gedichten, waardoor dit boek, in overeenstemming met een oude wens van de dichter, tot een soort brevier voor het dagelijks leven kan worden. Er zijn gedichten over het verlangen, de vrouw, licht en kleuren, klank en muziek, planten en dieren, nacht en dromen, stad en land, ouderdom en dood, maar ook over kind zijn op latere leeftijd.
ca. 176 p. | paperback | 13 x 21 cm
vormgeving Marc Vleugels
€ 19,95
 
MAAR ER IS MEER!

Ook het Bonnefantenmuseum Maastricht laat zich niet onbetuigd en fêteert Pierre Kemp vanaf 22 september met een tentoonstelling:

DE HAND VAN PIERRE KEMP
Studies, schetsen, werken op papier

In zijn zojuist verschenen Nieuwsbrief schrijft het museum:

Pierre Kemp was ook een begenadigd tekenaar en schilder. Vanaf 22 september toont het Bonnefantenmuseum voor het eerst Kemps werken op papier, merendeels schetsen en studies, die dateren uit de jaren 1905 tot en met 1913.

Een bijzonder onderdeel van de tentoonstelling is het drietal schetsboekjes dat bewaard is gebleven uit 1906–1907. 
Een van de boekjes wordt als facsimile uitgegeven, met een uitgebreide toelichting door Wiel Kusters, die ook optreedt als gastconservator van de tentoonstelling.

[#Beginning of Shooting Data Section] Image Size:L (7360 x 4912), FX 2017/06/27 13:22:37.38 Time Zone and Date:UTC+1, DST:OFF Lossless Compressed RAW (14-bit) Artist:Peter Cox Eindhoven NL Copyright:naamsvermelding verplicht Nikon D810 Lens:VR 105mm f/2.8G Focal Length:105mm Focus Mode:AF-S AF-Area Mode:Auto VR:OFF AF Fine Tune:OFF Aperture:f/9 Shutter Speed:1/125s Exposure Mode:Manual Exposure Comp.:0EV Exposure Tuning: Metering:Center-Weighted ISO Sensitivity:ISO 64 Device: White Balance:Auto1, 0, 0 Color Space:Adobe RGB High ISO NR:OFF Long Exposure NR:OFF Active D-Lighting:OFF Vignette Control:OFF Auto Distortion Control:OFF Picture Control:[NL] NEUTRAL Base:[NL] NEUTRAL Quick Adjust:- Sharpening:2.00 Clarity:0.00 Contrast:0.00 Brightness:0.00 Saturation:0.00 Hue:0.00 Filter Effects: Toning: Optimize Image: Color Mode: Tone Comp.: Hue Adjustment: Saturation: Sharpening: Latitude: Longitude: Altitude: Altitude Reference: Heading: UTC: Map Datum: [#End of Shooting Data Section]
Pierre Kemp, ‘Figuurstudie slapende man’ (papier, krijt), 29 x 22,6 cm, 1913. Collectie Bonnefantenmuseum.
 
 
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather

Besmettelijk dichter

Pierre Kemp is een besmettelijke dichter. Wie hem gelezen heeft, ziet zich in het dagelijks leven soms geplaatst in situaties of tegenover verschijnselen waarvan Kemp gemakkelijk een gedicht had kunnen maken.

Zo zag ik gisteren bij Albert Heyn op Plein 1992 in Maastricht een jongen die aan een molentje met prentbriefkaarten draaide.

Ik schreef toen dit ‘Kemp-gedicht’:

GELUKKIGE KINDERHAND

Een jongen draait de kaartenmolen rond
en ziet de kleuren uit elkaar verschijnen.
Of hij nieuwe dromen er al vond,
of zag hij hier de wereld soms, de echte?
Hij zocht zeker niet een schrijfkant met haar lijnen,
want waar hij gretig nog het meest aan hechtte,
was niet de foto, niet de tekening,
maar het pure draaien van de kaarten,
als op een gebakplateau
de wenteling van taarten.
Zonder verzekering.
Alleen wie al gelukkig is, zoekt zó.

ter herinnering aan Pierre Kemp
in de maand juli 2017,
vijftig jaar na Kemps sterfdag

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather

Lof van het bed. Een boek en een gedicht voor Mya Maas-Brennenraedts

lob des bettes (1)

Sinds 24 oktober 1956 lag Pierre Kemps penvriendin Mya Brennenraedts (als dichteres later vooral bekend als Mya Maas) in het Academisch Ziekenhuis Leiden, waar zij een week later een medische ingreep zou ondergaan.
Mya was de inspiratrice van Kemps in 1954 gereedgekomen Petite suite pour Marguérite (Verzameld werk, I, 305-315).
Tot de vele voor de dichter interessante aspecten van deze muze behoorde dat zij paardreed.

Vanaf haar ziekenhuisbed schreef Mya Maas, die gehuwd was met de dichter en journalist Loe Maas (pseudoniem van Leo Snackers), op 29 oktober naar de Turennestraat in Maastricht:

Hallo dichter!

[…]

Ik stuur u mijn adres, dan kunt u mij een “opkikkertje” sturen, in de vorm van een geestige brief. Een echte ouderwetse lange brief, want het valt niet mee om hier zo lang te moeten liggen, soms heb ik al echt heimwee […].

De dag vóór ik naar Leiden kwam heb ik nog een rit gemaakt door het park. Het was de mooiste dag die ik ooit beleefd heb in het park. Geen wind, de zon scheen warm. De kleuren van de bomen en de struiken waren machtig! Als je naar boven keek, één strakke blauw hemel. Geen enkel mens die de voormiddagstilte verstoorde. Het grint knerpte onder de paardehoeven, en ik reed met een hartstocht, of het m’n láátste rit zou zijn. Misschien was dat ook wel zo. In elk geval zal ik er de eerste maanden niet meer van kunnen genieten.

Kemp schreef natuurlijk terug en stuurde Mya Brennenraedts ook een presentje: het door Hans Ohl samengestelde boek Lob des Bettes. Eine klinophile Anthologie. Mit vielen Bett-Geschichten und schönen Bett-Gedichten. Mit 26 Bildern von Raymond Peynet (Hamburg: Rowohlt, 1956).

Ik zend U geen bloemen, die vergaan,

maar deze Lof van het Bed, die blijft bestaan,

zo hebben wij dit meubel liefgekregen.

Slapen en dromen zijn verstandige zaken.

Over de Lof der Zotheid wordt dus gezwegen.

Hij heeft met het Bed niets te maken.

Die is er alleen, wanneer alles zo klaar

is als de mode van kleren en haar

in het licht van de Zon en openbaar.

Op 17 november bedankte Mya hem, waarbij ze meteen de gelegenheid te baat nam om de dichter, die veertien dagen later zeventig jaar zou worden, te feliciteren met de toekenning van de Constantijn Huygensprijs.

Het exemplaar van Lob des Bettes dat zij in Leiden ontving is onlangs weer opgedoken in de privécollectie van Ton Stille, antiquaar in Maastricht, die mij een foto stuurde – waarvoor dank! – van het stofomslag (getekend door Raymond Peynet, van wie Pierre Kemp zelf in zijn bibliotheek bewaarde: The Lovers’ Travelogue. Le Tour du monde des amoureux de Peynet. London: Perpetua, 1955) en van het opdrachtvers dat de dichter voorin had geschreven.[*]

Een inhoudelijke reactie op zijn boekcadeau heeft Kemp niet ontvangen. In december 1956 had een brandje gewoed in huize Snackers-Brennenraedts, waarbij wat tijdschriften en boeken verloren waren gegaan. Toen Pierre Kemp hiervan vernam, greep hij dit aan om toch maar eens naar Lob des Bettes te informeren. Op 2 januari 1957 schreef hij Mya een lange brief, waarin hij verslag deed van drukte en ongemak als gevolg van de (helaas) niet te vermijden viering van zijn kroonjaar op 1 december. Maar hij schreef ook:

Mijn klinophile anthologie is toch, hoop ik, niet verbrand? Daar zou ik bedroefd over moeten zijn, na mijn teleurstelling er om. Ik had gehoopt, dat U er zich gezond aan zoudt glimlachen en ik heb er practisch niets meer over gehoord. (Hier pinkt de ongelukkige gefêteerde een traan weg).

Een schriftelijke reactie heeft de dichter, voor zover bekend, ook hierop niet gehad.

Opdracht voor MM

 

[*] In Kemps boekerij, die bewaard wordt in de Universiteitsbibliotheek te Maastricht bevindt zich ook: Franz Karl Mathys (samensteller), Allerlei over bedden en slapen. Bazel: Hoffmann-La Roche, 1958.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather

Hittegolf

HITTEGOLF

Soms kan het zo stil zijn in de stad
en ligt de brug haast verlaten.
Het gerucht van de schoenen en wielen – wat
is dat? – dempt op de straat.
Hitte regeert, er roert zich geen blad.
Twee mannen op het brugbeton
kijken omhoog. ‘Hoor je dat?
Pierre Kemp schiet weer op de zon!’

Uit: Pierre Kemp, ‘Maastrichtse suite voor Fernand Lodewick (1957).

Pierre Kemp overleed in 1967. Goed nieuws voor alle Kempliefhebbers: in september 2017, vijftig jaar na zijn dood, verschijnt bij  Uitgeverij Vantilt een nieuwe bloemlezing uit zijn werk, Het regent in de trompetten, samengesteld door Wiel Kusters en Ingrid Wijk.
Meer nieuws hierover, en over andere activiteiten rond de grote dichter, volgt binnenkort.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather

Drie keer Pierre Kemp op één dag

Gisteren stond ik drie keer oog in oog met Pierre Kemp.

Bij een bezoek aan de Maastricht Antiquarian Book & Print Fair zag ik tegen een pilaar van de Sint Janskerk het affiche van de tentoonstelling waarmee in december 1961 in de toenmalige galerie Dejong-Bergers aan de Grote Staat, Kemps vijfenzeventigste verjaardag werd gevierd: ‘Nieuws van de Zwarte Man’.

nieuws zwarte man

In een vitrine van Antiquariaat Librairie Stille lag een brief van Pierre Kemp aan de journaliste en schrijfster Mya Maas, gedateerd 9 januari 1962, met daarin deze opmerkelijke mededeling:

Als ik weer paarden zie, houd ik mij aanbevolen voor hun naam, want een paard zonder naam (of nummer) inspireert niet zo licht en zo gemakkelijk.

brief

Er zijn in Kemps Verzameld werk enkele gedichten te vinden over paarden, waaronder dit fraaie uit de zomer van 1939:

Paarden

Een paard staat in een wei met wilgen aan de rand
en kijkt in ’t koren.
Het kan de paarden aan de andere kant
van de halmen bij het maaien horen.
Ze zijn misschien niet van dezelfde stal,
maar paarden kennen paarden overal.
Ik ken de mensen, al is dat wat ik van hen weet,
niet zo compleet.

Waarschijnlijk had Pierre Kemp bij zijn brief aan Mya Maas ook een gedicht over paarden gevoegd. Het Verzameld werk dateert het gedicht ‘Paardensport’ op 9 januari 1961, precies één jaar voor Kemp de hier geciteerde brief aan Mya Maas (paardrijdster) schreef. Dat kan bijna geen toeval zijn en ik vermoed dan ook dat de redactie van het Verzameld werk een dateringsfout heeft gemaakt.

Hier is het gedicht ‘Paardensport’:

Paardensport

Vrouwen met kanonnen
in hun kousen
hebben het over wereldvrede,
in een adempauze
vóór het zonnen.
Zij durven niet aan het brede,
al werd hun welzijn juist daarmee begonnen.
Soms fluisteren zij, trots behaard:
geef ons de rij-dijen van amazonen
en de volkomen éénwording met het paard.

Van de antiquarenbeurs liep ik naar de Jan van Eyck Academie, waar in de Writers Studio enkele schrijvers, onder wie de dichteres Anneke Brassinga, voorlazen uit hun werk.
De Academie heeft de ingang van haar bibliotheek, die zij Pierre Kemp Lab heeft gedoopt, blijvend gemarkeerd met het volgende gedicht:

PK Jan van Eyck

Heel mooi, zoals de bijna vijfenzeventigjarige dichter hier ‘alles wat is niets en zonder gelaat’ op milde wijze attaqueert met zijn eigen gezicht (en dit gedicht).

Overigens: ook met betrekking tot ‘Glimp’ lijkt het Verzameld werk een dateringsfout te bevatten: het werd niet in 1951 geschreven, maar in 1961: het maakte in dat jaar deel uit van de dubbelbundel De incomplete luisteraar / De sieraden.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather